Potz 703

Potz 703

Er is me gevraagd om een stukje tekst te schrijven over het beeld dat gemaakt wordt voor het Weerdinger dorpshuis.
Allereerst wil ik dank uitspreken voor het vertrouwen en het geven van de opdracht aan mijn bedrijf Potzenmakerij Ketelaar.
Ik zal iets over het bedrijf vertellen zodat u een beetje weet met wie u van doen hebt. Mijn bedrijf probeert potzen te maken, potzen zijn serieuze grappen.
Henkie komt bij de meester en hij zegt “Meester, ze schelden me steeds uit voor schele Henkie”. Zegt de Meester, “Wat kan jou dat nou schele Henkie”.
Het is een rijk mopje, het is grappig maar ook treurig en leerzaam. Het leert je om behoedzaam te manoeuvreren, dat op een reactie een reactie volgt en dat voor jezelf opkomen niet altijd wat goeds voor jezelf oplevert.

Hoofdpotz van het bedrijf is het irrigeren van de Sahara, o.a door het aanleggen van pijpleidingen met zoet water. Alles naar aanleiding van een tekst uit Jesaja 35. “Blij zal de steppe zijn en vrolijk de woestijn, juichen zal het dorre land. Het zal bloeien als een narcis, uitbundig bloeien, zingen het hoogste lied.(…..) Maak sterk de slappe handen, strek de knikkende knieen. Spreek de radelozen moed in: Wees niet bang(…..)Blinden zullen weer zien, doven weer horen. Wie kreupel loopt, springt als een hert, wie niet kan praten, zingt het uit. Water borrelt op in de steppe, beken ontspringen in het dorre land. Gloeiend zand verandert in een meer, uitgedroogd land in een bron.(….)

Terug naar het beeld, er is mij door de kunstcommissie gevraagd een beeld te maken over saamhorigheid, het bij elkaar horen. Ook iets dat te maken had met een agrarische omgeving. Ik heb er voor gekozen het agrarische gedeelte een beetje te laten omdat de saamhorigheid meer ideeen opleverde. De eerste keer dat ik op bezoek kwam in Weerdinge was een grijze wat sombere dag. Wat me opviel was de donkere ingang van het dorpshuis, ik ging met een beetje bezwaard gemoed naar binnen om kennis te maken. Dat kon heel wat beroerder, de mensen waren aardig. Ik werd met warmte ontvangen en later weer aan het station afgeleverd. Na mijn eerste schroom was ik enthousiast geworden.
Een stroom van gedachten kwam op gang. Daardoor is een plan ontstaan dat wat groter is dan een beeld in de tuin.
Ik ga nu langs de onderdelen van het plan Potz 703.
Om bij elkaar te horen is het fijn een ruimte te hebben waar je ook bij elkaar kunt zijn en die daar ook toe uitnodigt. In Weerdinge wonen 700 mensen als mijn informatie correct is. Van die 700 mensen maken 250 mensen in meer en mindere mate gebruik van het Dorpshuis. 250 mensen zijn veel mensen. Maar 700 mensen zijn ook veel mensen. Moeten die dan allemaal in het dorpshuis komen? Nee, dat moet niet. Maar daar is ook niks op tegen.

De ingang:
- de ingang wordt geschilderd in een kleur die uitnodigt binnen te gaan ik zoek nog naar een lichte kleur van ingetogen vrolijkheid.
- in het glas van het portaaltje naast de voordeur wordt een lied gegraveerd, en wel “Het lied van het goedhartige varken” (misschien toch nog een beetje agrarisch), het gaat als volgt:

Het goedhartige varken

Een varken peinsde vol verdriet
Men moet mij niet men mag mij niet,
Zeer droevig is mijn leven
Heel spoedig wil ik hier vandaan
Zwerven gaan, en zwerven gaan
langs onbekende dreven.

Het varken zag een geitenbok
Die steunend leunde op een stok
En ging de reden vragen.
“Ach” sprak de bok, vermoeid en droef
“Er viel een baksteen op mijn hoef”

“Zal ik U dan maar dragen?”

Er zat een kat op het trottoir
Zo miezerig te miauwen
“geldt volgens uw filosofie
dat wat voor twee geldt ook voor drie
wil dan ook mij versjouwen”

Een eend sprak “mag ik ook mee meneer
want mijn twee voeten doen zo zeer”

“ Das best” zei het varken goedig

Moraal:

Als men je nodig heeft
Weet je tenminste dat je leeft
Dus draagt elkander, moedig


De vertaling van het lied is een beetje veranderd.
De eigenlijke vertaling is van willem Wilmink
Het oorspronkelijke lied heet “Ein gutes schwein,
ist nie allein” en is geschreven door Robert Gernhardt

Verder, rechts van het pad naar de ingang komt vanaf het trottoir nog een pad te lopen. Dit pad, van gebakken gele steen loopt met een lichte kromming langs de linde naar de hoek rechts voorin de tuin. Het pad loopt taps toe. Aan het eind van dit pad ligt een dorpje gevormd uit zwerfkeien. De inwoners van Weerdinge worden gevraagd een steen te komen brengen om op deze manier met elkaar als dorpje aanwezig te zijn bij het Dorpshuis.
Misschien wordt dit de start van een ritueel. Als er een kind geboren is wordt er een steen bijgelegd, nieuwe Weerdingers worden uitgenodigd een steentje bij te dragen.

Op het pad naar het dorpje komt een figuur die over de schouder terug kijkt en zwaait.
In de rechter hand een bos bloemen. Bij de figuur staan een koffer en een stok.
Wat mij betreft is er, als het zo uitkomt, niets tegen clichès.
De koffer staat voor de geschiedenis die je met je meedraagt, de stok staat voor de steun die men in het leven nodig heeft.
De bloemen staan voor de liefde die een mens te bieden heeft.

Op de koffer komt een plaatje te staan met de tekst Matteus 25 vers 35 t.m 40 , alleen de titel, niet de woorden.
De woorden gaan in de groot nieuws bijbel als volgt:
“Want ik had honger en u gaf mij te eten, ik had dorst en u gaf mij te drinken
ik was een vreemdeling en u verleende mij onderdak
ik ging schamel gekleed en u gaf mij kleren
ik was ziek en u verzorgde mij
ik zat gevangen en u kwam mij bezoeken.
En de rechtvaardigen zullen hem vragen:
Heer, wij hebben u nooit of dorstig gezien;
Hoe hebben we u dan te eten en te drinken kunnen geven?
We hebben nooit gezien dat u een vreemdeling was of schamel gekleed ging;
Hoe hebben we u dan onderdak kunnen verlenen en kleren kunnen geven?
We hebben nooit gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat;
Hoe hebben we u dan kunnen bezoeken?
Dan zal de koning antwoorden: Luister goed naar wat ik u zeg:
Al wat u gedaan hebt voor één van mijn broeders hier, al was het de onbelangrijkste,
hebt u voor mij gedaan.

Nawoord:
Er komt een man in een gelegenheid en vraagt aan de kastelein
“Mag ik wel twee constructies?”
De kastelein, “consumpties bedoelt u?”
Zegt die man “Ja toe nou maar wat introduceert mij dat nou”

April 2005

Jan Ketelaar
direkteur


Vind je dit werk mooi? Like of deel het!